De Slag Om 3.5 miljoen

Twee operaplannen uit het Oosten: volgens Nicolas Mansfield, per 1 januari de directeur van de Reisopera, is dat slecht voor de cultuur en slecht voor de regio. ‘Ik zie uit naar het moment dat deze kwestie uit de wereld is. Daarna moeten we ook niet meer zeuren’.

Raad voor Cultuur beslist maandag 21 mei over Twentse operaplannen 

In de concurrentieslag zoals die de afgelopen maanden ontbrandde tussen zijn Nationale Reisopera en het Nederlands Symfonieorkest speelde hij bewust geen rol. ‘We hebben een taakverdeling afgesproken. Guus Mostart is nog steeds onze directeur. Hij houdt zich bezig met de afwikkeling van alle lopende zaken. Ik richt me op de toekomst.’

Ook nu, vlak voor het Salomonsoordeel van de Raad voor Cultuur, houdt hij zich op de vlakte. ‘Er is door sommigen gesproken over broedermoord. Ik kan de emoties goed begrijpen, maar ik zou dat woord nooit in de mond nemen. Wat het orkest gedaan heeft, is in mijn ogen nogal onhandig en riskant. De belangen van de regio en de cultuur worden erdoor geschaad. Maar aan de andere kant: er liggen 3,5 miljoen Euro klaar. Welke kunstinstelling zou daar in deze tijd van bezuinigingen geen beroep op willen doen?’

Ondanks de meningsverschillen met de stadsgenoot, zegt hij nog steeds te geloven in samenwerking. ‘Dat is het sleutelwoord van het plan dat ik geschreven heb voor de Reisopera nieuwe stijl. Als de Raad en de regering het toestaan, worden we een slagvaardige produktiekern. Om toch onze ambities te kunnen realiseren, gaan we samenwerken met tal van kunstinstellingen in Nederland. Ook met het Orkest van het Oosten, ja. Waarom niet? Natuurlijk ben ook ik geraakt door wat er is gebeurd. Maar we hebben elkaar straks hard nodig. We moeten ons realiseren dat het publiek geen boodschap heeft aan ruziende cultuurmannetjes en overgaan tot de orde van de dag. Dat is de realiteit.’

Businessplan 2012 

Eén ding heeft hem vooral gestoord, laat hij weten. ‘Er is gesuggereerd dat de Reisopera met zo’n tien man in dienst en slechts 3,5 miljoen subsidie in feite niet meer zouden bestaan. Maar het tegendeel is waar. Kijk naar de inhoud van onze plannen.* Door scherpere keuzes te maken en zeer flexibel te zijn, zijn we in bepaalde opzichten zelfs meer en sterker aanwezig dan voorheen. Flexibiliteit is juist het kenmerk bij uitstek van een produktiekern. We richten ons op minder steden, maar we zijn wel zichtbaarder en meer aanwezig dan voorheen. In Enschede doen we twee voorstellingen van elke produktie, en we brengen er ook nog programma’s om heen.’

De kritiek op Guus Mostart heeft hem gestoken. ‘Ik werk immers al twaalf jaar met hem samen, en ik heb daar mijn eigen gevoelens over. Hij is een absolute vakman, met een groot hart voor opera. Aan de andere kant moet je ook de ogen niet sluiten voor wat sterker kan. We moeten absoluut werken aan onze publieksbinding. De Reisopera heeft zich te sterk gericht op de ‘heavy users’. Er is nog een wereld te winnen. De opera moet weer leren van zijn publiek te houden, niet zo zeer andersom’

Eén ding staat voor hem voorop. ‘Die 3,5 miljoen moeten in de regio blijven. Het gaat om de toekomst van Enschede, van Twente. Ik ga niet roepen dat we de tweede muziekstad van Nederland zijn. Daarmee sluit je andere steden uit en toon je je overmoed. Ik geloof in de kracht van deze stad. Een stad waarin er ruimte is voor alle soorten muziek en waarin twee grote nationale muziekinstellingen naast elkaar bestaan, elkaar versterken waar dat kan, maar ook elkaar met rust laten waar dat moet.’

Interview, Tubantia 19 mei 2012, door Herman Haverkate
*: Op reis naar 2017 is het businessplan uit maart 2012 van de Nationale Reisopera